健康问题和开放源码软件
时间:2016-03-18 22:24:39 来源:www.ukthesis.org 作者:英国论文网 点击:126次
健康问题和开放源码软件 荷兰的青少年超重人数增长(GGD HVB,2007)。在东布拉班特的年轻人以某种形式的运动(电脑、电视、游戏机)时间越来越少。正是因为这一原因,重要的是让年轻人在日常生活中应多做运动,保持体重与年龄、身高和身体素质的一个很好的水平。 在重要政策备忘录.“健康问题和开放源码软件”的GGD心布拉班特(2007)指出,大部分的年轻人从OSS超重。这是在说明如下:“在OSS有15%的儿童(2-11岁)和13%的青少年(12至17岁)超重。这两个比例(OSS评分与另一个市)是最高的区域(GGD HVB,2007年,第8页) 什么样的挑战可能与bewegingsactiviteiten竞争日益增长的不是在电视和电脑游戏的社会,年轻人吸引更多的运动呢?这个问题是risicosporten理念的形成,可能帮助年轻人得到更多的运动。因为年轻人容易激动(干瘪了,2008年),它是可能的,他们risicosporten鼓励参与。被通缉的电压在电视节目和视频游戏机转换成电压和努力在现实生活中:这一个想法,是值得探讨的。 了解扩张影响的年轻人的bewegingsaanbod sportstimuleringsprojecten 12至17年来在市risicosporten OSS与更多的年轻人去运动。 在何种程度上是年轻人12至17年市运动促使更多的开放源码软件的扩展性与当前的bewegingsaanbod sportstimuleringsprojecten risicosporten吗?
Aanleiding——之后
In de beleidsnotitie ‘Gezondheid telt! in Oss' van de GGD Hart van Brabant (2007) wordt aangegeven dat een groot percentage van de jongeren uit Oss overgewicht heeft. In de nota wordt dit als volgt aangegeven: ‘In Oss heeft 15% van de kinderen (2 t/m 11 jaar) en 13% van de jongeren (12 t/m 17 jaar) overgewicht. Oss scoort voor deze beide percentages (samen met nog een enkele gemeente) het hoogst in de regio.' (GGD HVB, 2007, p.8) Welke uitdagende bewegingsactiviteiten kunnen de concurrentie aan met de steeds dominantere plaats van de TV en (spel)computer in de maatschappij, en jongeren verleiden tot meer beweging? Met deze vraag is het idee ontstaan dat risicosporten wellicht kunnen helpen jongeren meer aan het bewegen te krijgen. Omdat jongeren gevoeliger zijn voor spanning en sensatie (Crone, 2008) zou het kunnen zijn dat zij zijn te motiveren tot deelname risicosporten. De spanning die gezocht wordt in tv- programma's en spelcomputers omzetten in spanning en inspanning in het echte leven: een idee, het onderzoeken waard!#p#分页标题#e#
Doelstelling:——目的 Inzicht krijgen in de effecten van de uitbreiding van het bewegingsaanbod van sportstimuleringsprojecten voor jongeren van 12 t/m 17 jaar in de gemeente Oss met risicosporten om meer jongeren in beweging te krijgen.
In hoeverre zijn jongeren van 12 t/m 17 jaar in de gemeente Oss gemotiveerd tot meer beweging bij een uitbreiding van het huidige bewegingsaanbod van sportstimuleringsprojecten met risicosporten? Deelonderwerpen en deelvragen:
1. Bewegen en risicosporten • Wat zijn kenmerken van risicosporten? • Welke risicosporten zijn uit te voeren in de gemeente Oss? (inventarisatie) • In hoeverre leveren risicosporten (intensieve) bewegingsmomenten op? • Wat is de norm voor voldoende beweging bij jongeren van 12 t/m 17 jaar? • Hoe kan er gemeten worden of jongeren van 12 t/m 17 jaar voldoende bewegen?
2. Jongeren en interesse • Wat zijn kenmerken van de leefwijze/ leefstijl (definitie) van jongeren van 12 t/m 17 jaar, in het bijzonder in de gemeente Oss? • Hoe kunnen de interesses m.b.t. vrijetijdsbesteding bij jongeren tussen de 12 en 17 jaar gemeten worden?
3. Motivatie en risicosporten • Wat zijn algemene motivaties om deel te nemen aan risicosporten? • Wat zijn motivaties voor jongeren van 12 t/m 17 jaar om deel te nemen aan risicosporten? • Hoe kunnen de motivaties van jongeren van 12 t/m 17 jaar gemeten worden
Dit onderzoek zal licht werpen op de vraag of jongeren uit gemeente Oss volgens de Nederlandse beweegnormen daadwerkelijk te weinig bewegen. Er wordt gekeken of de risicosport- mogelijkheden in gemeente Oss bij kunnen dragen aan het halen van de beweegnormen bij jongeren. Via analyses van interesses van jongeren met betrekking tot vrijetijdsbesteding en motivaties om deel te nemen aan risicosporten, wordt gekeken of jongeren via risicosporten meer willen gaan bewegen. Gemeente Oss krijgt via dit onderzoek meer inzicht in de vraag of het slim is het bewegingsaanbod van sportstimuleringsprojecten voor jongeren uit te bereiden met risicosporten.
Leeswijzer In het tweede hoofdstuk worden de interesses van jongeren via een analyse van de leeftijdsfase, het gedrag en leefstijl in kaart gebracht. Hierbij wordt er bij de leefstijlanalyse ingegaan op de vrijetijdsbesteding en de gezondheid van jongeren. Er wordt een methode gegeven waarmee gemeten kan worden in hoeverre jongeren uit gemeente Oss behoefte hebben tot spanning en sensatie, kenmerkend voor risicosporten. Naast een interesse test wordt ook gekeken of jongeren uit gemeente Oss daadwerkelijk deel willen nemen aan risicosporten. In hoofdstuk 3 wordt het begrip ‘motivatie' omschreven, waarbij een koppeling wordt gemaakt naar gedrag. Algemene motivaties voor deelname risicosporten worden uiteengezet. Vanuit de algemene motivaties en de interesses van jongeren (hoofdstuk 2) worden mogelijke motivaties gegeven waarom jongeren deel zouden willen nemen aan risicosporten. Tot slot wordt er een meetmethode geconstrueerd waarmee de motivaties van jongeren uit gemeente Oss, om deel te nemen aan risicosporten, in kaart gebracht kunnen worden. Met de resultaten uit de gevonden literatuur en het empirisch onderzoek worden conclusies getrokken. Als laatste worden aan gemeente Oss aanbevelingen gedaan met betrekking tot de mogelijke uitbreiding van sportstimuleringsprojecten voor jongeren met risicosporten.
In het woordenboek wordt het begrip Risico aangeduid als ‘'gevaar voor schade of verlies; kwade kansen die zich bij iets voordoen'' (Vermeer, 1997, p. 354). Met dit gegeven kan het begrip risicosporten gedefinieerd worden als: sportactiviteiten met een grotere kans op gevaarlijke situaties.#p#分页标题#e# Risicosporten worden vaak geassocieerd met extreme sporten, actiesporten of avontuursporten. Een definitie van extreme sporten wordt als volgt gegeven: ‘'any athletic endeavor considered more dangerous than others, such as bungee jumping, snowboarding; also called action sport.Extreme sports feature a combination of speed, height, danger and spectacular stunts'' . De definitie van risicosporten is door marketingtrends in de loop van de jaren veranderd. Toen de term eind 80e jaren/ begin 90e jaren voor het eerst voorkwam, werd het gebruikt voor sporten zoals skydiving, parasailing, golf surfen, sport klimmen, skiën, waterskien, snowboarden, mountainbiking, alpinisme, diepzeeduiken en bungee jumping. Veel van deze sporten ondergingen in die tijd een enorme groei in populariteit. Het begrip wordt tegenwoordig meer gebruikt bij sporten voor jeugd zoals skateboarden, snowboarden en BMX- fietsen, en is met de marketing meer gericht op de jongere generatie (Zuckerman, 2006).
De term ‘risicosporten' is een breed begrip dat voor een groot aantal verschillende activiteiten gebruikt wordt, waardoor het moeilijk is te bepalen welke sporten er exact onder vallen. Wel zijn er verschillende overeenkomende kenmerken. Bij risicosporten komen er relatief meer oncontroleerbare situaties voor dan bij gewone sporten. Beoefenaars van deze sporten strijden niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen de natuurlijke obstakels en uitdagingen. Deze natuurlijke variabelen zijn vaak weer en terrein gerelateerd, zoals sneeuw, wind, water en bergen. Omdat deze variabelen bij verschillende situaties niet direct begrepen kunnen worden door de deelnemer is er een grote hoeveelheid ervaring, techniek en kennis nodig om de kans op gevaarlijke situaties te minimaliseren. Daarnaast zijn risicosporten vaak ook individuele sporten (Appleton, 2005). Sporters bij traditionele sporten strijden tegen elkaar onder gecontroleerde omstandigheden. Bij risicosporten kunnen de externe variabelen voor de sporters niet gelijk gehouden worden. Ook de beoordelingscriteria bij wedstrijden zijn niet vergelijkbaar met traditionele sporten. Traditionele sporten kunnen worden beoordeeld door bijvoorbeeld afstand of tijd. Risicosportprestaties worden vaak beoordeeld met meer subjectieve criteria, zoals originaliteit en moeilijkheidsgraad van de prestatie (Appleton, 2005). Het onderscheid tussen de risicosport en de traditionele sport heeft vaak te maken met de marketingtrends en hoe er gedacht wordt in hoeverre de sport gevaarlijke situaties kan opleveren. Een sport zoals rugby kan erg gevaarlijk zijn, maar wordt niet gecategoriseerd als risicosport. Dit omdat de sport een traditioneel karakter heeft, en elementen van risicosporten mist zoals hoge snelheid of spectaculaire stunts (Gottlieb, 2005).
Risicosporten worden vaak geassocieerd met omgevingen van wilde rivieren of hoge bergtoppen. Appelton omschrijft dit als een strijd tegen natuurlijke obstakels en uitdagingen (Appleton, 2005). Gemeente Oss heeft weinig gunstige natuurlijke omgevingen voor risicosporten. Toch zijn er meerdere verschillende risicosporten in de gemeente Oss uitvoerbaar. Dit komt doordat er tegenwoordig steeds meer mogelijkheden zijn om risicosporten via kunstmatige voorzieningen uit te voeren. Naast bijvoorbeeld de sporten skaten of skateboarden kunnen de sporten klimmen, wildwater- kanoën/ raften, of skiën/ snowboarden in Nederland uitvoerbaar gemaakt worden via een kunstmatige klimmuur (een klimhal), een kunstmatige wildwaterbaan (bijvoorbeeld Dutch Water Dreams in Zoetermeer), of een kunstmatige skipiste (een skihal). Vaak worden deze sportvoorzieningen gebruikt voor trainingen om zo respectievelijk in het zomer of winterseizoen goed voorbereid de risicosport uit te voeren op de plaatsen waar de natuurlijke omgeving optimaal is voor de betreffende risicoport. Voor onervaren sporters kunnen deze risicosporten via kunstmatige voorzieningen echter ook ideaal zijn om de sport op een veilige en verantwoorde manier aan te leren.
Risicosporten die anno 2009 uitvoerbaar zijn in gemeente Oss: * Skien/ snowboarden * Skaten/ skateboarden * Mountainbiken * Kanoën
Klimmen Naast de klimwand in Schaijk kan gemeente Oss ook gebruik maken van mobiele klim- of boulderingwanden. De mobiele klim- of boulderingwand is een handig middel om bijvoorbeeld scholen kennis te laten maken met het klimmen. Doordat deze mobiele klimmogelijkheden overal neergezet kunnen worden zijn ze ideaal voor evenementen. Zo kan een mobiele klimwand bijvoorbeeld op het schoolplein opgesteld worden, hierdoor is het voor scholen erg makkelijk om de klimactiviteiten aan te bieden.
Skiën/ snowboarden
Skaten/ Skateboarden
Mountainbike Op verschillende wateren binnen de gemeente Oss kan gekanood worden. Bij de Maaslandse Kano vereniging (Macharen - gemeente Oss) kunnen kano's gehuurd worden. Via het kanaal bij Macharen kan er op de grotere rivier de Maas gevaren worden. Bij de rivier de Wetering in Macharen kan er ook een officieel slalomparcours gevaren worden .
1.4 Bewegingsmomenten bij risicosporten 1.4.1 Fysiologie risicosporten——生理risicosporten Bij de klimsport wordt voornamelijk het anaerobe energiesysteem gebruikt (korte intensieve bewegingsmomenten). Er wordt een groot beroep gedaan op het bovenlichaam, spiercontracties in de onderarmen zijn typische intensieve beweging bij klimactiviteiten. Ook is er een belangrijke rol voor de onderste ledematen voor de opwaartse voortstuwing. Door het gebruik van een groot aantal verschillende spieren door heel het lichaam is klimmen ideaal om het lichaam op een uitdagende manier fit te houden (verbetering spierkracht, lenigheid en coördinatie). Ook wordt, weliswaar in mindere mate, het aerobe energiesysteem bij klimmen geactiveerd. Bij gevorderde klimmers werd er bij het indoor klimmen een VO2 waarde (zuurstof opname, kenmerkend voor het aerobe energiesysteem) gemeten dat overeenkwam met 45,6% van het VO2 max. (maximale zuurstof opname). Hierdoor wordt er tijdens het klimmen ook een bijdrage geleverd aan de algemene conditie (ademhalingssysteem) (Britisch Journal Of Sports Medicine, 2006). Bij het mountainbiken binnen de cross- country discipline wordt intensief gebruik gemaakt van zowel het aerobe (langdurige continue bewegingsmomenten) als het anaerobe energiesysteem (korte intensieve bewegingsmomenten). Het cross- country mountainbiken kent, in tegenstelling tot de down-hill variant, een hoge intensiteit en een grote afwisseling in vermogen. Bij korte klimmetjes wordt een hoog vermogen geleverd (anaerobe), waarna het vermogen bij de afdaling zakt tot bijna nul. Het interval- patroon dat hiervoor kenmerkend is, is niet te zien bij de hartslagwaarden, deze blijft bij korte klimmen en afdalingen zo goed als gelijk (aerobe). Door de vele korte klimmetjes, die de crosscountry mountainbike discipline kent, moet men goed ‘in het rood' kunnen rijden. Bij het in het rood rijden wordt er een beroep gedaan op het anaerobe energiesysteem. Het gebruik van het anaerobe energiesysteem is gunstig voor de algemene fitheid van het lichaam. Een goed ontwikkeld uithoudingsvermogen is, gezien de constant hoge hartslagwaarden (+/- 60%-80% van de VO2 max.), ook erg belangrijk bij cross- country mountainbiken, en ideaal voor vetverbranding (cardiovasculair) . Inline skaten (skeeleren) kan zowel aerobe als anaerobe getraind worden. Wanneer er langer aanhoudend geskate wordt zal voornamelijk het aerobe energiesysteem getraind worden. De energie voor snelle, korte skate- uitbarstingen worden voornamelijk geleverd door het anaerobe energiesysteem. Bij het Freestyle skaten of skateboarden, op aangelegde skatevoorzieningen zoals een Halfpipe, zal de energie geleverd worden door een combinatie van de twee genoemde energiesystemen. Door het interval karakter bij het Freestyle skaten wordt het aerobe energiesysteem gebruikt doordat de rustmomenten erg kort zijn waardoor de hartslag minimaal daalt (zoals bij cross- country mountainbiken). Daarnaast worden voor de snelle, korte sprintjes (bij bijvoorbeeld sprongen) meerdere verschillende spieren intensief gebruikt (anaerobe). Freestyle skaten kan hierdoor, wanneer de technieken enigszins eigen zijn gemaakt, ook goed zijn voor de algemene fitheid van het lichaam . Vlakwater kajakken wordt gekenmerkt door de hoge eisen aan het bovenlichaam. Deze sport vereist in het algemeen een hoog aerobe vermogen en, in mindere mate, een anaerobe vermogen. Ook hierbij geld dat het anaerobe energiesysteem actiever wordt wanneer er korter en intensiever gekajakt wordt (Journal of Sports Science and Medicine, 2008). De sporten skiën en snowboarden vereisen, in vergelijking met vlakwater kajakken, een groter anaerobe vermogen, en zijn meer belastend voor onderlichaam .
Door de risicosporten op specifieke manieren uit te voeren kunnen verschillende gezondheidsvoordelen opgedaan worden. Voor de algemene conditie en vetverbranding (ademhalingssysteem, cardiovasculair) is het belangrijk om de bewegingsmomenten langdurig en continu uit te voeren. Voor de algemene fitheid (spierkracht, lenigheid en coördinatie) zijn korte intensieve bewegingsmomenten belangrijk. Het blijkt dat alle omschreven risicosporten tijdens de uitvoering zowel een bijdrage kunnen leveren aan de conditie (aerobe) als de algemene fitheid (anaerobe).
In Nederland zijn 3 normen ontwikkeld om na te gaan of voldoende lichaamsbeweging plaatsvindt. Het betreft: * de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNBG) * de Fitnorm * de Combinorm De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNBG) is afgeleid van internationale richtlijnen en is in 1998 vastgelegd. Opvolgen van deze adviezen zou gezondheidswinst moeten opleveren met name op het gebied van het voorkomen van hart- en vaatziekten. Per leeftijdsgroep verschilt de norm, en is in het algemeen vastgesteld op 30 minuten matig intensief bewegen op ten minste 5 dagen in de week. Voor jeugd onder 18 jaar is een specifieke NNGB opgesteld: ‘dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten ten minste twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie)' . De beweegnorm NNGB voor jongeren is dus strenger dan de algemene NNGB. Ook wordt het begrip ‘lichamelijke fitheid' meegenomen in de norm. Omdat bij risicosporten, zoals aangegeven in paragraaf 1.4, vaak een beroep wordt gedaan op zowel de kracht, lenigheid en coördinatie (anaerobe), als de continue intensieve beweging (aerobe), kunnen deze sporten een goede bijdrage leveren om aan deze beweegnorm te voldoen. Een andere, minder uitgebreide beweegnorm, is de Fitnorm. Deze norm gaat ervan uit dat voor gezond beweeggedrag drie maal per week tenminste 20 minuten intensieve lichaamsbeweging nodig is. Als laatste is de combinorm een combinatie van de eerder genoemde beweegnormen. Deze norm laat een combinatie van de twee normen zien waardoor een totaalbeeld gegeven kan worden . Het CBS (Rapportage Sport, 2006) geeft aan dat het percentage jongeren van 12 tot 17 jaar dat aan de NNGB beweegnorm in 2004 voldoet, 54% bedraagt en lager is dan de percentages voor de leeftijdsgroepen 18 tot 34 jaar, 35 tot 54 jaar en zelfs 65 tot 74 jaar. Als norm hanteert de algemene NNGB van 30 minuten matig intensieve lichamelijke beweging per dag op ten minste 5 dagen in de week (CBS, 2006). Het blijkt dus dat jongeren in 2004 minder vaak voldoen aan de algemene NNGB, terwijl de specifieke beweegnorm van de NNGB voor jongeren meer eisend is. Uit het onderzoek van TNO (2008) blijkt, ondanks in 2008 meer jongeren ten opzichte van 2007 aan de beweegnormen voldoen, er in 2008 meer jongeren inactief zijn t.o.v. 2007 (zie tabel 1). Hieruit is te concluderen dat vooral jongeren die al aan sport deden meer zijn gaan sporten. In het rapport wordt ook aangegeven dat de sportstimulering in de komende jaren meer gericht moet zijn op de inactieve jongeren. Wanneer er gekeken wordt naar de specifieke leeftijdsgroep van 12 t/m 17 jaar valt het op dat er binnen deze groep een groot aantal meer jongeren niet aan de beweegnormen voldoet vergeleken met de jongere jeugd (4 t/m 11 jaar) (zie tabel 2). Ook zijn er binnen deze leeftijdsgroep meer jongeren die inactief zijn (6,6% meer dan bij de 4 t/m 11 jarige) (TNO, 2008).
Tabel 1. Percentage inactieve jongeren en jongeren die aan de beweegnorm voldoen (4 t/m 17 jaar)
2006
2007
2008 (TNO, 2008) Inactief: niet voldoende actief (minimaal 60 minuten) op 0-2 dagen in zomer en winter
Tabel 2. Percentage inactieve jongeren en jongeren die aan de beweegnorm voldoen per leeftijdsgroep (2006-2008)
4 t/m 11 jaar
12 t/m 17 jaar (TNO, 2008) Inactief: niet voldoende actief (minimaal 60 minuten) op 0-2 dagen in zomer en winter
In Nederlandse onderzoeken naar bewegingsgedrag van mensen wordt vaak de NNBG-norm gebruikt. Omdat men op bepaalde leeftijden meer of minder beweging nodig heeft, heeft de NNGB voor verschillende leeftijdsgroepen eigen beweegnormen opgesteld. Om te kijken of jongeren uit Oss voldoende bewegen wordt hierom gebruik gemaakt van de NNGB voor de jeugd (onder de 18 jaar). Deze norm is de meest specifieke beweegnorm voor de te onderzoeken leeftijdsgroep.
Of jongeren uit gemeente Oss voldoende bewegen wordt gemeten middels een vragenlijst. Om een goed beeld te krijgen dat te vergelijken is met andere onderzoeken wordt een gevalideerde vragenlijst gehanteerd die bij onderzoeken van het TNO met betrekking tot de NNGB voor de jeugd gebruikt wordt (TNO, 2007). De volgende vragen gaan over lichaamsbeweging, zoals bijvoorbeeld wandelen of fietsen, sporten of bewegen op school. Het gaat om alle lichaamsbeweging die tenminste even inspannend is als stevig doorlopen op fietsen: 1. Hoeveel dagen per week in de ZOMER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? 2. Hoeveel dagen per week in de WINTER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? 3. Hoeveel dagen per week in de ZOMER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? 4. Hoeveel dagen per week in de WINTER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging?
Samenvatting hoofdstuk 1 Natuurlijke obstakels, waar risicosporten mee te maken krijgen kunnen binnen een stad ook nagebootst worden. Via kunstmatige obstakels kunnen risicosporten in steden ook steeds vaker uitgeoefend worden. Gemeente Oss heeft weinig gunstige natuurlijke omgevingen voor risicosporten. Toch kunnen in gemeente Oss de risicosporten klimmen, mountainbiken, kanoen, skiën/ snowboarden en skaten/ skateboarden uitgeoefend worden. Bij uitoefening van de risicosporten kan dit, wanneer er serieus met de sport omgegaan wordt, intensieve bewegingsmomenten opleveren. Omdat er beroep wordt gedaan op zowel het aerobe als het anaerobe energiesysteem zijn de sporten gunstig voor zowel de conditie (intensieve beweging, goed voor o.a. vetverbranding) als de algemene fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie). Om te kijken of jongeren van 12 t/m 17 jaar voldoende bewegen, zijn er verschillende bewegingsnormen te onderscheiden. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), de Fitnorm en de Combinatienorm zijn de beweegnormen die in Nederland gehanteerd worden. De NNGB heeft een specifieke norm opgesteld voor jeugd onder de 18 jaar. Doordat risicosporten vaak inspelen op zowel de conditie als de algemene fitheid, kunnen deze sporten jongeren helpen aan de NNGB te voldoen. Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat de leeftijdsgroep jongeren van 12 t/m 17 jaar in 2004 het minst vaak aan de beweegnormen voldoen. Voor de meting of jongeren van 12 t/m 17 jaar uit Oss voldoende bewegen wordt gebruik gemaakt van de NNGB voor de jeugd.
2.1.1 De leeftijdsfase——在人生的舞台上 De leeftijd van 12 t/m 17 jaar is een deel van de adolescentiefase. Het woord adolescentie stamt af van het Latijnse werkwoord ‘adolescere' wat ‘groeien naar volwassenheid' betekent (Wit de, 1995). In deze levensfase vindt de overgang plaats van kind naar volwassenen. Het is een erg dynamische levensfase, vóór deze fase zit de mens in de kindertijd en na deze fase is de mens volwassen. Craeynest geeft aan dat het moeilijk te bepalen is wanneer kinderen in de adolescentiefase terecht komen, en nog lastiger te bepalen is wanneer zij volwassen zijn. De adolescentie neemt bij de meest mensen ongeveer 10 jaar in beslag: van ongeveer 12 tot 22 jaar (Craeynest, 2005). De Wit deelt de adolescentieperiode op in fases. Hierbij maakt hij een onderscheidt tussen de vroege- (12-14 jaar), midden- (14-16 jaar) en late adolescentie (17-22 jaar) (Wit de, 1995).
Sociale ontwikkeling
Dynamische- affectieve ontwikkeling Hoe adolescenten omgaan met de identiteitsproblematiek omschrijft Erikson met de term ‘moratorium'. Letterlijk verwijst het woord naar een uitstel of wachtperiode. Tijdens de adolescentie hoeft de jongere nog geen definitieve keuzes te nemen, waardoor de jongere eerst nog wat kan experimenteren met verschillende rollen(Craeynest, 2005). Experimenteren, het uitproberen van rollen en handelingen kan de reden van gedrag van adolescenten zijn.
Hersenontwikkeling Lange tijd werd gedacht dat risicovol gedrag alleen het gevolg was van razende hormonen. Crone & Leijenhorst geven aan dat het inmiddels duidelijk is dat hormonen niet alleen verantwoordelijk zijn voor het adolescentengedrag. ‘'De verschillen tussen jongeren en volwassenen zijn het gevolg van een samenspel tussen de invloed van hormonen enerzijds, en de langzame rijping van de hersenen anderzijds'' (Crone & Leijenhorst, 2008, p. 4) Crone geeft aan ‘al sinds de eerst beschrijvingen van adolescentie wordt risicogedrag als belangrijkste kenmerk van de periode aangegeven. Onderzoek met vragenlijsten heeft dan ook aangetoond dat adolescenten meer behoefte hebben aan spannende gebeurtenissen dan jonge kinderen' (Crone, 2008, p. 104). Tijdens de levensfase van de adolescenten zijn de hersenen nog volop in de groei. Deze groei van de hersenen loopt niet helemaal evenwichtig. De systemen in de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het verwerken van beloning, en de gebieden die belangrijk zijn voor de cognitieve controle, volgen verschillende ontwikkelingstrajecten. ‘ De langzame ontwikkeling van de hersengebieden die belangrijk zijn voor cognitieve controle en het inschatten van langetermijn consequenties, in combinatie met de piek in gevoeligheid in de beloningsgebieden, maakt dat er in de adolescentie sprake is van een kwetsbare balans tussen impulsen en controle' (Crone & Leijenhorst, 2008, p. 6). Hieruit blijkt dus dat de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle zich langzamer ontwikkelen dan de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor beloningen, waardoor het dus kan zijn dat adolescenten in een bepaalde periode de consequenties van hun gedrag niet goed kunnen inschatten (Crone & Leijenhorst, 2008).#p#分页标题#e#
Monoamine oxidase en hormonen 2.2 Leefstijl jongeren——年轻人的生活方式 In de vorige paragraaf is er gekeken naar het gedrag van jongeren. Gedrag leidt tot een bepaalde manier van leven. Een leefstijl kan omschreven worden als ‘een consistente set preferenties (attitudes) en gedrag op leefgebieden zoals werk, gezin, vrijetijd en wonen' (Pinksteren en Van Kempen, 2003). In deze paragraaf wordt het gedrag gekoppeld aan de vrije tijd jongeren. Daarnaast wordt er ook ingegaan op de dimensie ‘gezondheid', dat kenmerkend kan zijn voor een leefstijl (van der Ploeg, 1998).
Jongeren hebben veel vrije tijd. De Wit (1995) geeft aan dat zij veel tijd besteden aan vrienden/ vriendinnen, muziek, sport en aan TV en radio. Naast deze constatering maakt de Wit een onderscheid in leeftijden; jonge adolescenten (12-14) besteden meer tijd aan georganiseerd clubverband, midden adolescenten (14-16) vinden informele contacten belangrijker, en oudere adolescenten (17-22) krijgen meer belangstelling voor commerciële vormen zoals disco's (de Wit, 1995). Ook van der Ploeg (1998) geeft aan dat jongeren veel tijd besteden aan leeftijdsgenoten. In de adolescentie ontstaan er veel verschillende groepen. Bepaalde groepen hebben een uitgesproken leefstijl, zoals de vele sub- culturen als Alto's of Gothics. Deze groepen zijn gemakkelijk herkenbaar doordat zij zich vaak op dezelfde wijze kleden en naar dezelfde soort muziek luisteren. Veel adolescenten rekenen zich niet tot zo'n groep. Wel wordt er door het grootste deel van de jongeren veel tijd doorgebracht in groepsverband. Van der Ploeg (1998) laat zien dat een kleine 70% van de jongeren onder elkaar zijn in een groep buiten de gevestigde instituten zoals het gezin of de school. Bij alle groepen wordt het gedrag van de adolescent sterk beïnvloed door de groep waar hij of zij bij hoort/ bij wil horen (van der Ploeg, 1998). Door de opkomst van de PC, internet en spelcomputer is de vrijetijdsbesteding van jongeren de laatste jaren drastisch veranderd. Besteedden jongeren eind jaren '90 veel tijd aan muziek sport en TV, vormt tegenwoordig de PC en de spelcomputer een belangrijk instrument voor tijdsbesteding bij de jongeren (de Wit, 1995).#p#分页标题#e# Het aantal uur dat jongeren van 12 t/m 18 jaar TV kijkt is gedaald. Het percentage van 12 t/m 18 jarigen dat meer dan 20 uur per week TV kijkt is van 34% in 1997 gedaald naar 21% in 2008. Deze daling hangt samen met de stijging van het aantal jongeren dat 1 tot 10 uur per week tv kijkt (van 23% naar 37%) (CBS, 2009). 91% van de jongeren van 12 t/m 25 jaar zit dagelijks achter een PC. Gebruikte in 2003 nog 38% van de jongeren van 12 t/m 25 jaar dagelijks internet, is dit aantal in 2009 opgelopen tot 89% (CBS, 2009). Dat jongeren veel op Internet zitten zou verklaard kunnen worden doordat dit medium tegenwoordig erg handig is om leeftijdsgenoten te ontmoeten. Jongeren besteden op internet veel tijd aan het communiceren met vrienden. De grootste groep leden van de bekende vriendensite Hyves zijn jongeren van 14 t/m 25 jaar (46%) (Volkskrant, 2008). Het percentage jongeren van 13 t/m 16 jaar dat online spellen speelt is 89,7%. Van alle leeftijdsgroepen is dit het grootste percentage. Door deze 89,7% wordt gemiddeld 14,6 uur per week besteed aan het spelen van de online spellen. Naast spellen via internet zijn ook ‘offline' videospellen onder jongeren tegenwoordig erg populair. Door de snelle innovatie in de game- industrie is spelen van videospellen via steeds spectaculairder beeld en geluid, voor veel jongeren sensationeler dan TV kijken. 54,5% van de jongeren van 13 t/m 16 jaar speelt videospellen op de PC of spelcomputer (Wii, Xbox of Playstation). Deze jongeren besteden gemiddeld 6,3 uur per week aan het spelen van videospellen Thuis is het spelen van videospellen één van de meest sensationele activiteiten die jongeren kunnen uitvoeren (IVO, 2008). De grotere behoefte tot sensatie bij adolescenten zou kunnen verklaren dat deze leeftijdsgroep relatief veel tijd besteedt aan het spelen van videospellen. Grafiek 1 laat zien dat het totaal aantal jongeren van 12 tot 18 jaar dat minimaal 1 uur per week sport vanaf 1997 is gestegen van 85% naar 89%. Zoals al in hoofdstuk 1 is aangegeven komt dit vooral doordat sportende jongeren meer zijn gaan sporten. Het aantal jongeren dat meer dan 5 uur per week sport is gestegen van 30% naar 40% (CBS, 2009). Uit deze grafiek kan niet worden geconcludeerd dat de meeste jongeren genoeg sporten. Uit hoofdstuk 1 bleek dat jongeren van 12 t/m 17 jaar het minst vaak voldoen aan de beweegnormen (CBS, 2006) (TNO, 2008). Ook bleek het aantal inactieve jongeren van deze leeftijdsgroep vrij groot (17%) (TNO, 2008). Ondanks dat niet gezegd kan worden dat jongeren in aantal uren minder zijn gaan sporten, kan het dus wel zo zijn dat jongeren in aantal personen minder zijn gaan bewegen.
Het ministerie van VWS (Volksgezondheid , Welzijn en Sport) geeft in een monitorringonderzoek aan dat het percentage overgewicht/ obesitas bij 12 tot 14 jarigen in de perioden 1980 - 1997 - 2004 bij jongens is gestegen van 4% naar 8% naar 15% is gestegen en bij meisjes van 6 % naar 8% naar 16 % is gestegen (Ministerie VWS, 2009). Doordat jongeren tegenwoordig, weliswaar in iets minder mate, TV kijken en erg veel tijd besteden achter de PC (huiswerk, contact leeftijdsgenoten en het spelen van videospellen) zou het kunnen zijn dat het totale beweeggedrag (ook buiten het sporten) minder is geworden.#p#分页标题#e# De GGD Hart van Brabant brengt in 2007 de nota ‘Gezondheid telt! in Oss' uit. Vooral het ongezonde gedrag van jongeren baart de GGD zorgen: ‘13% van de jongeren van 12 tot 17 jaar in Oss heeft overgewicht, bijna een kwart sport niet buiten schoolverband, 90% eet niet dagelijks groente en fruit en de alcoholconsumptie is zorgwekkend'(GGD Hart van Brabant, 2007, p.9). Het ongezonde gedrag bij jongeren zou een gevolg kunnen zijn van het niet goed in kunnen schatten van de risico's van gedrag of de grotere behoefte tot sensatie, zoals in paragraaf 2.1.3 is omschreven.
2.3.1 De doelgroep——目标市场 Voor het verdere onderzoek wordt de leeftijdsgroep beperkt tot de midden- adolescentiefase (14-16 jaar). Jongeren van 12 tot 14 jaar hechten vaak nog veel waarde aan activiteiten in georganiseerd clubverband. Voor 14 tot 16 jarige worden informele gesprekken met leeftijdsgenoten belangrijker, en wordt de rol van ouders minder dominant (de Wit, 1995). Doordat jongeren gaan experimenteren met verschillende rollen worden jongeren tijdens deze leeftijdsfase zich meer bewust van de eigen keuzes die ze kunnen maken (Craeynest, 2005). Er kan vaak zelf beslist worden of er buiten schooltijd nog aan sport gedaan wordt. Hierdoor is het belangrijk om sportstimuleringsprojecten voor 14-16 jarigen goed af te stemmen op behoeften van deze leeftijdsfase. Of er tijdens het verdere leven nog regelmatig gesport wordt hangt sterk af van het sportgedrag tijdens de jeugd/ adolescentie (Stegemans, 2007).
Jongeren blijken volgens Zuckerman de grootste sensatiezoekers te zijn in vergelijking met andere leeftijdsgroepen (Zuckerman, 2006). Zuckerman geeft de definitie van de eigenschap ‘sensation seeking' als ‘de behoefte aan gevarieerde, nieuwe, complexe en intense sensaties en ervaringen en de bereidheid om fysieke, sociale, wettelijke en financiële risico's te nemen omwille van een dergelijke ervaring' (Zuckerman, 1994, p.27). De mate van behoefte tot sensatie kan bepalend zijn of iemand interesse heeft om deel te nemen aan risicosporten. Of jongeren van 14 t/m 16 jaar uit gemeente Oss hoge sensatiezoekers zijn kan gemeten worden middels een interesse- en preferentietest.
Zuckerman (1994) heeft een interesse- preferentietest ontwikkeld waarmee bepaald kan worden in welke mate iemand een sensatiezoeker is, genaamd Sensation Seeking Scale (ofwel SSS). De test is gebaseerd op 3 behoeften; sensatie zoeken, impulsiviteit en de behoefte tot sociaal gedrag. De uitkomst van de test is verdeeld over 4 schalen; Thrill and Adventure Seeking (TAS), Experience Seeking (ES), Disinhibition (Dis) en Boredom Susceptibility (BS). Bij TAS, de eerste subschaal, wordt er gemeten in hoeverre iemand behoefte heeft aan avontuurlijke risicovolle activiteiten, waarbij ongewone snelheden of hoogtes overwonnen moeten worden, zoals bij risicosporten. Bij de tweede subschaal, ES, wordt er gekeken in hoeverre iemand behoefte heeft tot nieuwe ervaringen/ sensaties via zintuigen of geest. Zowel nieuwe culturele (kunst, muziek etc.) als sociale ervaringen komen hierin voor. De derde subschaal (Dis) refereert aan de behoefte tot nieuwe sensaties die niet altijd legaal zijn, zoals het gebruik van alcohol of drugs. Als laatste representeert de vierde subschaal (BS) de mensen die een afkeer hebben in herhalende ervaringen, zoals de omgang met steeds dezelfde mensen (Zuckerman, 1994).#p#分页标题#e# De originele test bestaat uit 40 vragen, 10 vragen per schaal. Omdat deze meting slechts een deel van de totale vragenlijst betreft wordt de test voor dit onderzoek beperkt tot 20 vragen (5 vragen per schaal). Bij elke vraag zijn er 2 antwoorden mogelijk; ja of nee. Wanneer een antwoord een behoefte tot een sensatie of ervaring aangeeft krijgt men 1 punt, wanneer een antwoord geen behoefte tot een sensatie of ervaring aangeeft krijgt men er 0 punten voor. Op deze manier kan er een beeld gegeven worden in hoeverre iemand een sensatiezoeker is. Daarnaast kan er onderscheid gemaakt worden wat voor sensatiezoeker iemand is via de verschillende subschalen.
Eigenschap Sensation seeking: ‘De behoefte aan gevarieerde, nieuwe, complexe en intense sensaties en ervaringen en de bereidheid om fysieke, sociale, wettelijke en financiële risico's te nemen omwille van een dergelijke ervaring'
(Zuckerman, 1994, p.27) Ervaring zoeker (ES)* Ervaring zonder grenzen (Dis)* Gevoelig voor verveling (BS)*
Nieuwe sensaties en ervaringen ‘' ‘' ‘' ‘' ‘' ‘' Complexe sensaties en ervaringen Intense sensaties en ervaringen Fysieke risico's Sociale risico's Wettelijke risico's Financiële risico's
Indicatoren
Spanning en avontuur zoeken (TAS)
B. Ik snap mensen niet die hun leven riskeren om bergen te beklimmen
B. Ik zou het niet leuk vinden om de sport waterskiën op te pakken
B. Ik zou het niet leuk vinden om golfsurfen te proberen
B. Ik zou het niet leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen
B. Ik vind het soms leuk om dingen te doen die een beetje eng zijn
B. Ik zou het leuk vinden om vrienden te maken in de buitenliggende groepen zoals kunstenaars en punkers
B. Mensen zouden zich op een individuele manier moeten kleden zelfs als het resultaat soms wat raar is#p#分页标题#e#
B. Ik heb liever een gids wanneer ik in een stad ben die ik niet goed ken
B: Ik bestel de gerechten waarmee ik bekend ben om zo teleurstelling en onplezierigheid te voorkomen
B. Wanneer ik op reis ga vind ik het fijn om mijn route en tijdschema redelijk zorgvuldig te plannen
B: Ik hou meer van stille feestjes met een goed gesprek
B: Ik vind het leuk om nieuwe en opwindende ervaringen en sensaties te hebben zelfs als deze een beetje beangstigend of illegaal zijn
B: De glazen vol houden is de sleutel tot een goed feest
B: Er is iets fout met mensen die drank nodig hebben om zich goed te voelen
B: Ik geniet van het gezelschap van echte ‘swingers'
B: Ik kan het niet uitstaan om een film te zien welke ik al eerder gezien heb
B: Ik hou van de bekende gezichten van dagelijkse vrienden
B: Wanneer je bijna alles kan voorspellen van wat een persoon zal gaan doen of zeggen dan moet hij of zij wel saai zijn
B: Kijken naar iemands home video's, video's of vakantiefoto's vind ik verschrikkelijk saai
B: Ik vind het niet erg om een film of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren Jongeren hebben veel vrije tijd en gaan graag in groepsverband met leeftijdsgenoten om (de Wit, 1995). De afgelopen jaren heeft er een duidelijke verschuiving plaatsgevonden in de vrijetijdsbesteding van jongeren. Jongeren besteden tegenwoordig veel tijd aan internet, en zijn minder TV gaan kijken (CBS, 2009). Dat jongeren veel op Internet zitten zou verklaard kunnen worden door het feit dat dit medium tegenwoordig erg handig is om leeftijdsgenoten te ontmoeten. Ook zijn jongeren meer videospellen gaan spelen (IVO, 2008). Het aantal jongeren dat minder dan één uur tot 4 uur per week sport is verminderd, het aantal jongeren dat 5 uur of meer per week sport is vermeerderd (CBS, 2009). Of jongeren in het algemeen meer of minder zijn gaan sporten over de afgelopen jaren is niet helemaal duidelijk. Uit een onderzoek van het Ministerie van VWS blijkt dat het aantal jongeren van 12 t/m 14 jaar in Nederland met overgewicht van 1980 tot 2004 met 15% is gestegen (Ministerie VWS, 2009). Ondanks het gegeven dat jongeren in het algemeen niet echt minder zijn gaan sporten, kan het dus wel zo zijn dat jongeren minder zijn bewegen. De GGD Hart van Brabant geeft in een rapport over de gezondheid in gemeente Oss aan zich zorgen te maken over het ongezonde gedrag van de jongeren. Hierbij worden voorbeelden gegeven als alcoholgebruik en eetpatroon (GGD HVB, 2007). Het ongezonde gedrag bij jongeren zou een gevolg kunnen zijn van het niet goed in kunnen schatten van de risico's van gedrag. De mate van behoefte tot sensatie kan bepalend zijn of iemand interesse heeft om deel te nemen aan risicosporten. Voor het verdere onderzoek wordt de leeftijdsgroep beperkt tot de midden- adolescentie (14-16 jaar). Of jongeren van 14 t/m 16 jaar uit gemeente Oss sensatiezoekers zijn kan gemeten worden via de interesse- en preferentietest van Zuckerman, genaamd Sensation Seeking Scale (ofwel SSS) (Zuckerman, 1994).
3.1.1 Definitie——定义 In het woordenboek wordt het woord ‘motivatie' als volgt omschreven: ‘'het bepaald- zijn door motieven (van gedrag); bereidheid tot doelgerichte inspanning'' (Kramers, 1997, p.266). Het begrip motivatie is afgeleid van het Latijnse woord ‘movere', dat ‘bewegen' betekent. Bewegen slaat op de beweegredenen of drijfveer, de redenen om iets te doen of te laten (Wijsman, 2001). Wijsman omschrijft motivatie als volgt: ‘'motivatie is het totaal van beweegredenen of motieven, te weten oorsprong, intensiteit en duurzaamheid van gedrag en emoties en behoeften dat op een bepaald ogenblik werkzaam is binnen een individu'' (Wijsman, 2001, p.88).#p#分页标题#e# 3.1.2 Motivatie en gedrag——动机和行为 Om te kunnen achterhalen wat iemand motiveert is het belangrijk om te kijken naar het gedrag van de persoon. Het gedrag is de sleutel tot de motivatie. Door het gedrag van iemand in bepaalde situaties te analyseren kan zijn/ haar motivatie achterhaald worden. De ware motivatie van iemand kan ook anders zijn dan wat door het gedrag van iemand duidelijk wordt (Wijsman, 2001). Zo kan een jongeren graag een keer gaan skiën om een keer iets nieuws te proberen, maar de ware motivatie is eigenlijk om de kick van die sport te beleven. Geluk beweert ook dat gedrag de sleutel is tot de motivatie. Zijn definitie van motivatie is: ‘'de oorsprong, intensiteit en duurzaamheid van gedrag'' (Geluk, 1999, p. 16). Met de oorsprong bedoelt Geluk hetgeen dat iemand gemotiveerd heeft tot zijn gedrag. Met de intensiteit bedoelt Geluk hoe graag iemand wil slagen in zijn/ haar doel, en met de duurzaamheid wordt bedoelt hoe lang het gedrag mee gaat. Als de intensiteit hoog is zal de duurzaamheid waarschijnlijk ook groot zijn; als iemand iets heel graag wil zal hij/ zijn gedrag hier ook langer naar vertonen. Kenmerkend aan gemotiveerd gedrag is dat het doelgericht is. Iemand wil iets bereiken (het doel). Geluk verdeelt het proces tot het komen van gedrag middels motivatie in drie stappen:
Een doel stellen dat de persoon nastreef Voor elk doel dat een individu stelt wordt er een gedrag gekozen om te komen tot dit doel. Vervolgens wordt het gekozen gedrag uitgevoerd (Geluk 1999).
3.2.1 Psychologische motivatie tot risicosporten——risicosporten心理动机
De invloed van de massamedia Celsi (2003) geeft daarnaast een aantal inter- en intra- persoonlijke motieven die invloed hebben op de deelname aan risicosporten: * Inter- persoonlijk: Als eerste heeft de mening van andere veel invloed bij deelname aan risicosporten. Als het binnen een bepaalde groep de norm heerst risicogedrag te vertonen is dit erg stimulerend om ook dit gedrag te vertonen. * Intra- persoonlijk: Als tweede heeft de mens behoefte aan self-efficacy (op een efficiënte en doeltreffende wijze handelen). Als men via risicosporten nieuwe vaardigheden leert en op succesvol kan handelen binnen risicovolle situaties van de sport kan dit de zelfwaardering vergroten.#p#分页标题#e# * Intra- persoonlijk: Als laatste kan succesvol zijn binnen risicosporten gewoon als erg plezierig worden ervaren (Creyer, E.H. e.a., 2003). Wanneer we kijken naar de al eerder aangeven oorsprongtheorieën van motivatie kan het 1e motief gekoppeld worden aan intrinsieke motivatie. De behoefte aan sociaal contact en waardering spelen hierin een rol. Het 2e motief kan gekoppeld worden aan de prestatie- theorie, hier komt de behoefte tot presteren naar voren. Bij het laatste motief komt emotie naar voren als oorsprong, de mens ervaart risicosport als plezierig.
Zelfregulatie: vluchtgedrag en compensatie Woodman & Lescanff (2007) zijn van mening dat de emotionele zelfregulatie de bron is van sensatiezoekend gedrag. De theorie geeft aan dat deelnemers van risicosporten afstand willen nemen van moeilijke interne gevoelens. Als compensatiegedrag probeert de deelnemer van een risicosport externe emoties onder controle te krijgen. Deze externe emoties, zoals angst, zijn beter controleerbaar waardoor de deelnemer er een goed gevoel aan overhoudt (Woodman & Le Scanff 2007). 3.2.2 Fysiologische motivatie risicosporten——risicosporten生理动机 Zuckerman geeft aan dat, door lichamelijke verschillen, de ene mens meer behoefte heeft aan spanning en sensatie dan anderen (Zuckerman, 1994). In hoofdstuk 2 werd aangegeven dat het enzym MAO en hormonen invloed hebben op de sensatiebehoefte. MAO is een enzym dat functioneert als een regulator, het enzym houdt de neurotransmitters in balans. Een vorm van MAO genaamd type B is in het bijzonder gerelateerd aan sensation seeking. Dit type MAO reguleert Dopamine. Dopamine is een neurotransmitter dat de plezier- en beloningsgebieden in de hersenen controleert. Het MAO gehalte in het bloed is laag bij hoge-sensatiezoekers, en hoog bij lage- sensatiezoekers. Dat het MAO- gehalte in het bloed laag is bij hoge- sensatiezoekers impliceert de lagere regulatie Naast het MAO enzym veronderstelt Zuckerman ook dat de mannelijke hormoon testosteron invloed heeft op de behoefte tot sensatie (Zuckerman, 1994).
3.3.1 Psychologische motivatie deelname risicosporten jongeren——risicosporten青年参与心理动机 Naast het gegeven dat de mening van leeftijdsgenoten belangrijker wordt, blijkt in hoofdstuk 2 dat adolescenten te maken krijgen met de identiteitscrisis (Craeynest, 2005). Het experimenten met rollen en handelingen kan er voor zorgen dat jongeren alternatieve sporten willen uitproberen, zoals risicosporten. In hoofdstuk 3 is aangegeven dat een kleine 70% van de jongeren onder elkaar zijn in een groep buiten de gevestigde instituten zoals het gezin of de school. Jongeren willen zich graag identificeren aan een sub- cultuur of informele groep. Risicosporten worden tegenwoordig vaak geassocieerd met interesses van jongeren. Bij het definiëren van de risicosport in hoofdstuk 1 bleek dat de term vaak wordt gebruikt bij populaire alternatieve sporten voor jongeren, zoals skateboarden of snowboarden (Zuckerman, 2006). Bij risicosporten als skaten en snowboarden is een kenmerkende leefstijl te zien. Het zijn vaak hoge- sensatiezoekers, die zich op dezelfde wijze kleden en gedragen. De sporten en bijbehorende leefstijl kunnen, mede door de massamedia (Creyer, E.H. e.a., 2003), aantrekkelijk zijn voor jongeren. 3.3.2 Fysiologische motivatie deelname risicosporten jongeren Hersenontwikkeling——年轻人参与脑发育的生理动机risicosporten In hoofdstuk 2 wordt aangegeven dat hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle zich langzamer ontwikkelen dan de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor beloningen, waardoor het dus kan zijn dat adolescenten in een bepaalde periode de consequenties van hun gedrag niet goed kunnen inschatten. Bij de analyse van de leefstijl van jongeren in hoofdstuk 2 bleek dat jongeren uit gemeente Oss risicogedrag vertonen op het gebied van alcoholgebruik (GGD Hart van Brabant, 2007). Onderzoekers hebben de balans tussen emotiesystemen en controlesystemen verder onderzocht (Crone, 2008). De ontwikkeling van deze systemen gebeurt in de sub- corticale (diep in de hersenen liggende) basale ganglia, met daarin een beloningscentrum: de nucleus accumbens. Crone geeft aan dat ‘niet alleen het krijgen van een beloning, maar ook het antiperen op een mogelijke beloning resulteerde in een toename van activiteit in de nucleus accumbens' (Crone, 2008 p. 110). Het blijkt dat Jongeren (en dan vooral jongeren in de midden- adolescentiefase) extra gevoelig zijn voor beloningen. ‘Deze overgevoeligheid in de hersenen zou ook kunnen verklaren waarom adolescenten spannende situaties opzoeken' (Crone, 2008 p. 111).
Monoamine oxidase en hormonen
3.4.1 Doelgroep, eigenschap en methode——对象,属性和方法 In hoofdstuk 2 is aangegeven dat er interesse- test gedaan wordt onder jongeren van 14 t/m 16 jaar uit de gemeente Oss. Via deze test kan er gekeken worden in hoeverre deze doelgroep sensatiezoekers zijn. Om te weten of jongeren ook echt deel willen nemen aan risicosporten zal er naast de interesse test ook een motivatietest worden afgenomen. Vanuit de definitie van het begrip ‘motivatie' is een vragenlijst geconstrueerd. Via deze vragenlijst kunnen de motivaties van jongeren om deel te nemen aan risicosporten gemeten worden. Gekozen is voor gesloten vragen (kwantitatief). In de constructie van de vragen zijn ook de gegevens uit het literatuuronderzoek betrokken. Bij deze gesloten vragen is vooral een vijfpuntschaal gebruikt. Bij de vijfpuntschaal zijn meerdere antwoorden mogelijk waardoor de deelnemer genoeg keuzemogelijkheden heeft. Er is niet gekozen voor oriënterende vragen, omdat voldoende bekend is over het onderwerp van het onderzoek. De vragen zijn zodanig opgezet dat de doelgroep, jongeren van 14 t/m 16 jaar, de vragen en de mogelijke antwoorden begrijpen. 3.4.2 Operationalisatie vragenlijst——operationalisatie问卷
Eigenschap Motivaties tot deelname aan risicosporten:
het totaal van beweegredenen of motieven, te weten oorsprong, intensiteit en duurzaamheid van gedrag en emoties en behoeften, voor deelname aan risicosporten dat op een bepaald ogenblik werkzaam is binnen een individu (Wijsman, 2001) Nieuwsgierigheid Identiteit/ zelfbeeld Invloed van anderen Plezier Uitdaging Angst Vluchtgedrag
Intensiteit en duurzaamheid van gedrag Zekerheid keuzes
Indicatoren
Presteren b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Ik vind het belangrijk dat ik snel vooruitgang boek met de risicosport. b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Nieuwsgierigheid b. Één maal c. Eens in het aantal jaren d. Vaker per jaar
Ik heb interesse om deel te nemen aan een risicosport. b. Nee c. Misschien#p#分页标题#e#
Ik heb aan risicosporten deelgenomen of ik zou aan risicosporten deel willen nemen omdat ik graag nieuwe dingen uitprobeer b. Ja, samen met andere redenen c. nee, ik zou door een andere reden willen deelnemen aan risicosporten d. nee, ik zou niet deel willen nemen aan risicosporten
Identiteit/ zelfbeeld b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Ik doe graag aan risicosporten omdat de subcultuur en leefwijze die hier aan verbonden is mij erg aanspreekt. b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Invloed van anderen b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Ik zou graag een keer deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen hier erg positief over zijn b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Plezier b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Angst b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Vluchtgedrag b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Als ik tegen problemen aan loop in dagelijks leven zoek ik uitdagingen op in vorm van risicosporten b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Keuze alternatieven b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Zekerheid keuzes b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld#p#分页标题#e# d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
De kans op gevaarlijke situaties die voor kunnen komen bij risicosporten beïnvloed de keuze of ik deel wil nemen aan deze sporten negatief. b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Dat er bij risicosporten de kans bestaat op gevaarlijke situaties vind ik juist aantrekkelijk. b. In geringe mate c. Neutraal/ gemiddeld d. In redelijke mate e. In zeer sterke mate
Als eerste speelt de massamedia een grote rol bij de keuze tot deelname aan risicosporten. De media overspoelt de mensen met een dramatische kijk op het leven via films, boeken of televisieprogramma's waardoor dit een stimulerend effect kan hebben op mensen tot het zoeken naar drama in het leven. Daarnaast heeft de medemens veel invloed op de keuze tot deelname aan risicosporten. Het kan ook zijn dat de mens behoefte heeft aan self-efficacy. Als laatste kan de mens ook gewoon plezier beleven aan het beoefenen van risicosporten. Een andere kijk op de motivatie is dat deelname aan risicosporten vluchtgedrag kan zijn uit het echte leven. Weer een andere kijk op de motivatie is dat de emotie de bron zelf is van het sensatiezoekend gedrag. Hierbij kunnen de moeilijke interne gevoelens plaats maken voor de beter te controleren externe emoties. Naast het gegeven dat de mening van leeftijdsgenoten belangrijker wordt, blijkt in hoofdstuk 2 dat adolescenten te maken krijgen met de identiteitscrisis (Craeynest, 2005). Bij het definiëren van de risicosport in hoofdstuk 1 bleek dat de term vaak wordt gebruikt bij populaire alternatieve sporten voor jongeren. (Zuckerman, 2006). Bij risicosporten als skaten en snowboarden is een kenmerkende leefstijl te zien. Het zijn vaak hoge- sensatiezoekers, die zich op dezelfde wijze kleden en gedragen. De sporten en bijbehorende leefstijl kunnen, mede door de massamedia (Creyer, E.H. e.a., 2003), aantrekkelijk zijn voor jongeren. In hoofdstuk 2 werd al aangegeven dat hormonen en het enzym MAO invloed hebben op de behoefte tot sensatie. Het mannelijke hormoon testosteron blijkt gerelateerd te zijn aan sensatiezoekend gedrag. Een grotere hoeveelheid testosteron is gecorreleerd aan een grotere behoefte tot sensatie. Dat het niveau MAO over de jaren afneemt en de hoeveel testosteron vanaf het 20e levensjaar verminderd kunnen redenen zijn dat jongeren een grotere behoefte hebben tot sensatie dan volwassenen (Zuckerman, 1994) 4. Resultaten 5. Conclusies#p#分页标题#e# 6. Aanbevelingen 7. Discussie
8. Bronnenlijst * Appleton, J. (2005). What's so extreme about extreme sports? New York, van het World Wide Web gehaald op 17 februari 2009: * Britisch Journal Of Sports Medicine (2006). Physiology of sport rock climbing. Van het World Wide Web gehaald op 8 januari 2010: * CBS (2006). Rapportage Sport. Den Haag, van het World Wide Web gehaald op 6 januari 2010: * CBS (2009). Vrije tijd; Sport. Heerlen, van het World Wide Web gehaald op 15 december 2009: * Craeynest, P. (2005). Psychologie van de levensloop. Leuven, Acco. * Creyer, E.H. e.a.(2003). Risky recreation: an exploration of factorsinfluencing the likelihood of participationand the effects of experience. Leisure studies, 22, (239-253). * Crone, E. & Leijenhorst, K. (2008). Het adolescentenbrein: inzichten in risicovol gedrag in de adolescentie uit de cognitieve neurowetenschappen. Neuropraxis, 1, (3-7). * Crone, E. (2008). Het puberende brein. Amsterdam, Bert Bakker. * De Maaslandse kano vereniging (z.j.) Over de MKV. Oss, van het World Wide Web gehaald op 11 januari 2010: · Sports Fitness advisor (z.j.) Ski Training Section. Southport, van het World Wide Web gehaald op 6 januari 2010: * Geluk, H. (1999). Motivatie, een sociaal-psychologische benadering. Baarn, Intro. * Gemeente Oss (2001). Skaten in Oss. Oss, van het World Wide Web gehaald op 4 januari 2010: * Gemeente Oss (2005). Uitvoeringsprogramma Herperduin. Oss, van het World Wide Web gehaald op 11 januari 2010: * GGD Hart van Brabant (2007). Gezondheid telt! in Oss. 's-Hertogenbosch, van het World Wide Web gehaald op 20 december 2009: * Gottlieb, M. (2004). Rugby: An Extreme Traditional Sport, Or Is It A Traditional Extreme Sport? Los Angeles, van het World Wide Web gehaald op 18 februari 2009: * IVO (2008) Videogames en Nederlandse jongeren. Rotterdam, van het World Wide Web gehaald op 4 januari 2010: * Journal of Sports Science and Medicine (2008). The metabolic demands of kayaking: A review. Lidcome, van het World Wide Web gehaald op 27 december 2009: * KNWU Wieler Magazine (z.j.) De fysiologie van het mountainbiken. Van het World Wide Web gehaald op 10 januari 2010: * Ploeg, J.D. van der (1998). Gedragsproblemen: ontwikkelingen en risico's. Rotterdam, Lemniscaat. * Scouting Schaijk (z.j.). Werkgroep klimwand. Schaijk, van het World Wide Web gehaald op 28 december 2009: * Skatetime School Programs (z.j.) Physiology of Inline Skating. Van het World Wide Web gehaald op 4 januari 2010: * Taylor, R.L. & Hamilton, J.C. (1997). Preliminary evidence for the role of self-regulatory processes in sensation seeking. Mississippi, van het World Wide Web gehaald op 19 februari 2009: * TNO (2008). Bewegen in Nederland 2000-2008. Leiden, van het World Wide Web gehaald op 20 december 2009: * Vermeer, P.S. (1997). Compactwoordenboek Nederlands. Amsterdam, Reed business information. * VWS (2007). Kiezen voor gezond leven 2007-2010. Den Haag, van het World Wide Web gehaald op 16 december 2009: * VWS (2009). Nota Overgewicht. Den Haag, van het World Wide Web gehaald op 15 december 2009: * W.J.H. Mulier Instituut (2007). Effecten van sport en bewegen op school. ‘s- Hertogenbosch, van het World Wide Web gehaald op 12 januari 2010: * Webster's New Millennium Dictionary of English (z.j.). Definitie extreme sports. Washington, van het World Wide Web gehaald op 22 februari 2009: * Wijsman, E. (2001). Psychologie en sociologie. Groningen, Noordhoff. * Wit, J. de (1995). Psychologie van de adolescentie. Baarn, HB. * Woodman, T., Scanff, C. le (2007). 12th European congress of sport psychology. Why do people engage in high-risk activities? An emotional control model. Symposium 27, paper 1. * Zuckerman, M. (1994). Behavioral expressions and biosocial bases of sensation seeking. New York, Cambridge University Press. * Zuckerman, M. (2006). Sensation Seeking and Risky Behavior. Washington, American Psychological Association.
9. Bijlagen Jongeren van 14 t/m 16 jaar uit gemeente Oss. De onderzoekpopulatie Het totaal aantal jongeren van 10 tot 15 jaar uit gemeente Oss is 4665. Het totaal aantal jongeren van 15 tot 20 jaar uit gemeente Oss is 4795. Opgeteld zijn er 9460 aantal jongeren van 10 tot 20 jaar in gemeente Oss (CBS, 2008). De te onderzoeken leeftijdsgroep bestaat ongeveer uit 30% van het vorig aangegeven totaal, dat uitkomt op 2838 jongeren. Hieruit kan worden verondersteld dat het totaal aantal jongeren van 14 t/m 16 jaar uit gemeente Oss niet meer dan 4000 is. In het voortgezet onderwijs in de gemeente Oss zit 56% van de jongeren op het HAVO/ VWO, en 44% op het VMBO (gemeente Oss, 2009). Het is van belang om een soortgelijke verdeling te krijgen in het schoolniveau van de respondenten om een betrouwbaar beeld te krijgen van de jongeren in het voorgezet onderwijs in gemeente Oss.#p#分页标题#e# Grootte steekproef Er is gekozen voor een betrouwbaarheidsmarge van 90% en een steekproefmarge van 5% bij een populatiegrootte van 4000. Dit betekent dat er minimaal 254 enquêtes moeten worden afgenomen. Plaats en tijd Methode onderzoek Kwantitatief - enquête Plaats en tijd - Tijd: 11-01-‘10 t/m 22-01-‘10 - Middelbare scholen in het voortgezet onderwijs in gemeente Oss - Er wordt op verschillende middelbare scholen in het voortgezet onderwijs tijdens lesuren in klassen gevraagd of de leerlingen een enquête willen invullen. De deelnemende scholen krijgen een kopie van het onderzoeksrapport. Scholen * Het Mondriaan College Oss - Goedgekeurd door Dhr. T. van den Hoogen - Contactpersoon: Dhr. T. van den Hoogen - Functie contactpersoon: Teamleider VMBO- afdeling - Tijd: in week 2 2010: 15 minuten aan het begin van de lessen tijdens lesuren - Wie: leerlingen van zowel VMBO als HAVO en VWO - Totaal aantal leerlingen: +/- 1400 leerlingen - Aantal af te nemen enquêtes: 146 binnen het HAVO/ VWO (56% van 261), en 55 binnen het VMBO · Hooghuislyceum Ravenstein (gemeente Oss) - Goedgekeurd door Dhr. T. van de Broek - Contactpersoon: Dhr. T. van de Broek - Functie contactpersoon: Locatiemanager - Tijd: in week 3 2010: 15 minuten aan het begin van de lessen tijdens lesuren - Wie: leerlingen van het VMBO - Totaal aantal leerlingen: +/- 350 - Aantal af te nemen enquêtes: 60 Onderzoeksdimensies/ operationalisering naar indicatoren en vragen naar vragenlijst - Bewegen - Interesses - Motivaties Onderzoeksvragen 1. Bewegen jongeren van 14 t/m 16 jaar uit de gemeente Oss voldoende volgens de Nederlandse norm gezond bewegen? 2. Waar liggen de interesses van jongeren van 14 t/m 16 jaar uit de gemeente Oss m.b.t. vrijetijdsbesteding en sport?
3. In hoeverre zijn jongeren van 14 t/m 16 jaar uit gemeente Oss gemotiveerd deel te nemen aan risicosporten?
Beschrijvend onderzoek. Type onderzoek Enquete (zelfstandig in te vullen) Onderzoeksmethode Kwantitatief (gesloten vrage Bijlage II Definitieve vragenlijst Beste leerling, Het doel van deze enquête is meer te weten komen over de motivaties van jouw om deel te nemen aan risicosporten. De enquête bestaat uit een interesse, motivatie- en beweegtest. In deze enquête zal gebruik worden gemaakt van meerdere antwoordcategorieën. Elke vraag zal bestaan uit 2 tot 6 keuzemogelijkheden. Geef in de enquête aan welke van de keuzes het beste bij jou past of op jou van toepassing is door in het rondje hiervoor een kruisje te zetten. Er is slechts één antwoord per vraag mogelijk.#p#分页标题#e# In de vragenlijst zal vaak het begrip ‘'risicosporten'' voorkomen. Dit zijn sportactiviteiten met een grotere kans op gevaarlijke situaties. Voorbeelden van risicosporten zijn golfsurfen, klimmen, skiën/ snowboarden, mountainbiken, kanoën, skaten/ skateboarden, BMX- fietsen etc. Het kan zijn dat je een vraag niet bij je vindt passen. Probeer dan toch het antwoord aan te kruisen dat het best voor jou van toepassing is. Het is belangrijk dat je geen vragen overslaat. Wanneer je een kruisje hebt gezet bij een keuze en je denkt dat een andere keuze toch beter bij je past, maak het verkeerd aangekruiste vakje dan helemaal zwart, en zet een nieuw kruisje bij de juiste keuze. Ik ben geïnteresseerd wat jij van iets vindt. Geef een eerlijk beeld van jezelf. Er zijn geen goede of foute antwoorden mogelijk.
Alvast bedankt voor het invullen!! Student Fontys Sporthogeschool Algemeen 1. Wat is je leeftijd? (als je ouder of jonger bent dan de aangegeven leeftijden hoef je de enquête niet in te vullen) o 14 o 15 o 16 2. Ik ben een o Jongen o Meisje 3. Welke schoolniveau doe je? o VMBO basis beroepsgerichte leerweg o VMBO kader beroepsgerichte leerweg o VMBO gemengde leerweg o VMBO theoretische leerweg o HAVO o VWO Interesse test——兴趣测验 1. o Ik zou vaak willen dat ik een bergbeklimmer was o Ik snap mensen niet die hun leven riskeren om bergen te beklimmen 2. o Er zijn een aantal films welke ik leuk vind om een tweede of zelfs een derde keer te zien o Ik kan het niet uitstaan om een film te zien welke ik al eerder gezien heb 3. o A: Ik raak verveeld bij het zien van dezelfde bekende gezichten o B: Ik hou van de bekende gezichten van dagelijkse vrienden 4. o A: Ik hou van ‘wilde' ongeremde feestjes o B: Ik hou meer van stille feestjes met een goed gesprek 5. o Ik vind het leuk om in mijn eentje een onbekende stad of deel van een stad te verkennen, zelfs als dit betekent dat ik verdwaal o Ik heb liever een gids wanneer ik in een stad ben die ik niet goed ken 6. o Ik vind mensen die dingen doen of zeggen alleen om andere te shockeren of van streek te brengen niet leuk o Wanneer je bijna alles kan voorspellen van wat een persoon zal gaan doen of zeggen dan moet hij of zij wel saai zijn 7. o Ik zou het leuk vinden om de sport waterskiën op te pakken o Ik zou het niet leuk vinden om de sport waterskiën op te pakken 8. o Ik vind het leuk om home video's, video's of vakantiefoto's te kijken o Kijken naar iemands home video's, video's of vakantiefoto's vind ik verschrikkelijk saai#p#分页标题#e# 9. o Ik ben niet geïnteresseerd in een ervaring omwille van de ervaring zelf o Ik vind het leuk om nieuwe en opwindende ervaringen en sensaties te hebben zelfs als deze een beetje beangstigend of illegaal zijn 10. o Ik vind het meestal niet leuk om een film of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren o Ik vind het niet erg om een film of toneelstuk te zien waarbij ik van tevoren kan voorspellen wat er gaat gebeuren 11. o Een verstandig persoon vermijdt activiteiten die gevaarlijk zijn o Ik vind het soms leuk om dingen te doen die een beetje eng zijn 12. o Ik zou het leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen o Ik zou het niet leuk vinden om een vliegtuig te leren besturen 13. o Ik prefereer de ‘down to earth' soorten mensen als vrienden o Ik zou het leuk vinden om vrienden te maken in de buitenliggende groepen zoals kunstenaars en punkers 14. o Veel drinken ruïneert vaak een feestje omdat sommige mensen luidruchtig en onstuimig worden o De glazen vol houden is de sleutel tot een goed feest 15. o Ik zou het leuk vinden om op reis te gaan zonder een van tevoren geplande of definitieve route of tijdschema. o Wanneer ik op reis ga vind ik het fijn om mijn route en tijdschema redelijk zorgvuldig te plannen 16. o Ik vind het leuk om nieuw voedsel te proberen welke ik nog nooit eerder geproefd heb o Ik bestel de gerechten waarmee ik bekend ben om zo teleurstelling en onplezierigheid te voorkomen 17. o Ik voel me het beste naar het nemen van een aantal alcoholische drankjes o Er is iets fout met mensen die drank nodig hebben om zich goed te voelen 18. o Mensen zouden zich moeten kleden naar een bepaalde standaard van smaak, netheid en stijl o Mensen zouden zich op een individuele manier moeten kleden zelfs als het resultaat soms wat raar is 19. o Ik zou het leuk vinden om golfsurfen te proberen o Ik zou het niet leuk vinden om golfsurfen te proberen o Ik vind ‘swingers' (mensen die ongeremd en vrij zijn op het gebied van seks) niet leuk o Ik geniet van het gezelschap van echte ‘swingers' Motivatietest 4. Ik heb deelgenomen aan risicosporten. o Nooit o Één maal o Eens in de aantal jaren 5. Ik heb interesse om deel te nemen aan een risicosport. o Ja o Nee o Misschien 6. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat ik graag nieuwe dingen wil ervaren. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 7. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat ik mijzelf hier graag in wil verbeteren.#p#分页标题#e# o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 8. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat ik mij daar aan wil identificeren. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 9. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat de subcultuur en leefwijze die hier aan verbonden is mij erg aanspreekt. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 10. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen dit ook doen. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 11. Ik zou graag een keer deel willen nemen aan risicosporten omdat vrienden/ kennissen hier erg positief over zijn. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 12. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat ik mijn angsten graag wil overwinnen. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 13. Ik doe/ zou deel willen nemen aan risicosporten omdat ik behoefte heb mij van het dagelijks leven af te wenden. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 14. De kans op gevaarlijke situaties die voor kunnen komen bij risicosporten beïnvloed de keuze of ik deel wil nemen aan deze sporten negatief. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 15. Dat er bij risicosporten de kans bestaat op gevaarlijke situaties vind ik juist aantrekkelijk. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate De volgende vragen alleen invullen als je al ooit een keer hebt deelgenomen aan risicosporten. 16. Ik doe aan risicosporten omdat ik de sport als erg plezierig ervaar. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 17. Ik betaal graag iets meer voor deelname aan risicosporten in plaats van deel te nemen aan de goedkopere traditionele sporten. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 18. Ik doe liever deelnemen aan risicosporten dan aan traditionele sporten. o Niet/ geen #p#分页标题#e#o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate 19. Als ik tegen problemen aan loop in dagelijks leven zoek ik uitdagingen op in vorm van risicosporten. o Niet/ geen o In geringe mate o Neutraal/ gemiddeld o In redelijke mate o In zeer sterke mate
Beweegtest 1. Hoeveel dagen per week in de ZOMER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? ............................... 2. Hoeveel dagen per week in de WINTER heb jij tenminste 30 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? ............................... 3. Hoeveel dagen per week in de ZOMER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? ................................. 4. Hoeveel dagen per week in de WINTER heb jij tenminste 60 minuten per dag zulke lichaamsbeweging? ................................ (责任编辑:www.ukthesis.org) |